Een terugblik op 2018: een interview met Gijs Bakkum

 Een terugblik op de hoogtepunten van 2018 en een vooruitblik naar 2019 met de directeur van het EFP (Gijs Bakkum).    

                                   
 
Als je kijkt naar het EFP zonder meteen in te zoomen op de projecten, hoe kijk je dan terug op 2018?

Ik vind het fijn om te zien we in de meerjarenovereenkomst forensische zorg staan voor de jaren 2018 tot en met 2021. Zowel KFZ en EFP zijn expliciet opgenomen in de kwaliteitsparagraaf. Daarmee wordt duidelijk dat het veld en justitie onze toegevoegde waarde zien en het ook belangrijk vinden om dit vast te leggen in de overeenkomst. Ook nu we dit meerjaren perspectief hebben, moeten we natuurlijk heel goed met onze klanten in gesprek blijven om te kijken of we de goede dingen doen, of er dingen gemist worden en of er nieuwe ontwikkelingen zijn.

Op welke (nieuwe) projecten van 2018 ben je trots?

De Forensische Leerlijn, al is die officieel pas af in 2019, dat is een hele mooi prestatie die in relatief korte tijd is gerealiseerd. Verder is KFZ jeugd gestart in 2018. Het is fijn dat ze ons hebben weten te vinden, en het voor het EFP leuk om via KFZ meer bij de jeugd en de adolescenten betrokken zijn. Wat ook in 2018 gestart is, is het Kwaliteitsnetwerk FPC/K. Hier ben ik heel blij mee, want de FPC’s en FPK’s zijn belangrijke stakeholders van het EFP en ze vormen een belangrijke en grote groep binnen het forensisch zorgveld. Ik noem nu dit kwaliteitsnetwerk als voorbeeld, maar we hebben meer kwaliteitsnetwerken. In dat kader is het goed om te noemen dat het Kwaliteitsnetwerk forensische verslavingszorg weer is opgestart en dat de Borg en de FPA’s zijn doorgegaan met hun kwaliteitsnetwerken. Ik zie dat er een inktvlekwerking ontstaat, waarbij je merkt dat het een methodiek is die aansluit bij de behoefte van het veld en veel toegevoegde waarde heeft. Het gesprek tussen medewerkers van verschillende instellingen wordt mooi gefaciliteerd door deze methodiek. 2018 was daarnaast het eerste jaar dat we het volledige jaar dienstverlening hebben verleend aan de maatschappelijke opvang en de RIBW’s. Ik denk dat we ook daar onze toegevoegde waarde hebben laten zien met het stappenplan ofwel het paspoort, de landelijke dag en met de KFZ-calls. En je ziet dat wij ook daar verdergaande professionalisering kunnen ondersteunen. In 2018 heeft tenslotte ook de landelijke dag voor de zorgprogramma’s plaatsgevonden. Hier is gekeken naar wat er nu ligt en wat de wensen zijn voor de toekomst. Dat bood mooie aanknopingspunten voor de vervolgstappen. Het is leuk om te zien  hoe de zorgprogramma’s gebruikt worden door het veld en dat ze als heel compleet en actueel worden ervaren.

Bij de kwaliteitsnetwerken wordt gewerkt met de methodiek van parels en oesters, wat is volgens jou een parel van het EFP?

Voor mij zijn de medewerkers de parel van het EFP, die maken het verschil. Ik denk dat dat onze mooiste en meest glimmende parel is. De manier waarop de medewerkers het werk doen in samenwerking met het veld, maakt dat we de successen boeken die we boeken. Het feit dat dit heel klantgericht gebeurt, resultaatgericht en met humor, zorgt er voor dat we de producten kunnen leveren die we leveren. Een andere parel is het feit dat ik zie dat het EFP ook steeds meer een fysieke ontmoetingsplek wordt. Ik merk dat mensen naar het EFP-kantoor in Utrecht komen om te vergaderen en dat hier werkgroepen aan de slag gaan. Het wordt letterlijk een soort bruisende ontmoetingsplek. Niet alleen in projecten en via mail maar echt hier. En dat vind ik heel leuk en waardevol.

Heeft het EFP ook een oester, iets wat we nog moeten verbeteren?

Een oester is het feit dat we echt heel goed in gesprek moeten blijven met het veld over wat we doen en of we de juiste dingen doen. We horen natuurlijk heel veel in het rechtstreeks contact dat we met iedereen hebben in de projecten en we hebben ook periodieke evaluaties. Maar het voornemen voor 2019 is om één keer per jaar bij het TBS-AO/IO, het OFZ en het Forensisch Netwerk aan te sluiten om het EFP te bespreken. Het EFP zit daar al regelmatig aan tafel voor specifieke agendapunten naar aanleiding van projecten, maar ik zou ook het EFP op de agenda willen zetten met de vraag “Hoe vinden jullie dat het gaat?”.

Welke uitdagingen heb jij als directeur gehad in 2018?

Je merkt dat we er de laatste jaren nieuwe taken bij hebben gekregen, dat heeft ook geleid tot een uitbreiding van het EFP. Hierdoor heeft het EFP nu een bepaalde schaalgrootte bereikt waarbij we anders moeten kijken naar hoe we georganiseerd zijn, hoe we met elkaar samenwerken en hoe we met elkaar communiceren. Dat is een uitdaging, maar die gaan we wel oplossen.

Als we vooruitkijken, wat kan er verwacht worden van het EFP in 2019 en welke kansen zie je?

Wat we kunnen verwachten van het EFP is meer van hetzelfde. Dat klinkt negatief maar dat is het wat mij betreft helemaal niet. Het soort projecten dat we doen, dat is wel waar nu behoefte aan is. Zoals het voortzetten van KFZ en verder gaan met de kwaliteitsnetwerken. De leerlijn zal in 2019 worden opgeleverd en dit zal uitdagingen met zich meebrengen. Deze e-learning modules moeten namelijk worden geïmplementeerd en de leerlijn zal moeten worden uitgebreid. Er is al een aantal thema’s dat meteen beschikbaar is, maar er missen ook thema’s. Door alleen e-learning aan te bieden zijn mensen niet meteen opgeleid en ervaren. Het moet gecombineerd worden met training, begeleiding, coaching of intervisie. Zoals moet met een mooi woord ’blended’ worden gemaakt. Wat daar ook als doorkijkje aan vast zit is dat we er op termijn een leerpad van willen maken, waarbij studiepunten opgebouwd worden en je een soort diploma kunt krijgen. Voor 2019 ben ik verder benieuwd naar KFZ jeugd, dat is in 2018 gestart en in 2019 op volle vaart verder gaat. Ik ben heel benieuwd naar wat dat zal brengen. In 2018 hebben er best wat personele wisselingen plaatsgevonden in de Raad van Toezicht. In 2019 gaan we verder met elkaar aan de slag, hier heb ik ook veel zin in.