Oval halfCircle half
Medewerkers
Klaus Drieschner

Klaus Drieschner

Wetenschappelijk adviseur
kdrieschner@efp.nl

Wat is jouw achtergrond?

Ik ben al in 1994 in de forensische zorg beland, als muziektherapeut van de splinternieuwe FPK in Assen. Sindsdien ben ik het veld niet meer uit geweest. Omdat de muziektherapie dringend onderzoek naar effectiviteit nodig had, heb ik mijn lopende studie klinische psychologie een accent op methodologie gegeven. Ik heb nog wel wat muziektherapie-onderzoek gedaan, maar met mijn promotieonderzoek naar behandelmotivatie in de ambulante forensische psychiatrie ben ik al een andere kant op gegaan. Na dat promotieonderzoek werd ik onderzoeker bij Trajectum. Er was net parlementair onderzoek naar de tbs afgerond waarin het gebrek aan bewijs voor de effectiviteit van de tbs werd beklaagd. Daarom wilde Trajectum nu eindelijk de effectiviteit van de eigen behandelingen wetenschappelijk zichtbaar maken. We besloten om eerst maar eens systematisch in beeld te brengen of patiënten zich gedurende de behandelingen in de bedoelde richting ontwikkelen. Hieruit is in 2007 de eerste ROM in de forensische sector ontstaan, al werd het toen nog niet zo genoemd. Na Trajectum ging ik naar het WODC om landelijk recidiveonderzoek voor de forensische zorg op te zetten. Er liep weliswaar al vele jaren de recidivemonitor voor de tbs, maar de tbs maakte inmiddels nog maar een paar procent van de uitstroom uit de forensische zorg uit. Ik mocht in een vijfjarig onderzoeksprogramma de recidive voor de overige forensische zorg in kaart brengen. Dit programma zit nu in de eindfase, en op dit moment kijken wij nog naar recidive niet na, maar tijdens forensische zorgtrajecten. Heel boeiend.  

Van een muziektherapielokaal met een handvol patiënten van vlees en bloed naar een ministerieel kantoor, met 20.000 'ex-ontvangers van forensische zorg' in de vorm van een datastrings, is een apart traject. Je ziet steeds minder van steeds meer, alsof je met een vliegtuig opstijgt. Om te kunnen begrijpen wat ik zag hielp het mij wel dat ik eerder met de voeten op de grond heb gestaan en de dingen van dichtbij had bekeken.   

Nu dus aan de slag bij het EFP. Het is een beetje als een landing, of tenminste een daling uit grote hoogte. Je blijft de forensische zorg nog als geheel zien maar wel van voldoende dichtbij om weer contouren in detail te kunnen herkennen, bewegingen te zien en opstijgende geluiden te horen. Er zijn veel nieuwe gezichten maar ik zal ook weer oude bekenden ontmoeten. Daarop verheug ik mij zeer. 

Wat is je functie en bij welke projecten ben je betrokken?

Ik ga als wetenschappelijk adviseur bij het programma Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ) van het EFP werken. KFZ ondersteunt de kwaliteitsverbetering in de forensische zorg door innovatie en onderzoeksprojecten te financieren en te ondersteunen. Dat gaat via oproepen aan het forensische veld (“calls”) om voor een onderwerp waarop ontwikkeling gewenst is een projectvoorstel in te dienen. De calls moeten ontwikkeld worden, er moet gekozen worden welke indiening het meest geschikt is, de uitvoering van projecten moet begeleid worden en de eindproducten moeten beoordeeld worden. Met deze dingen ga ik mij bezighouden.    

Wat maakt jouw werk bijzonder?

Eerlijk gezegd is het nog te vroeg voor mij om deze vraag te kunnen beantwoorden. Wat ik wel al kan zeggen is dat ik onderdeel uit zal maken van een extreem doelgericht en professioneel georganiseerd proces van besteding van innovatiemiddelen. Dit zal niet in veel landen op vergelijkbare wijze gebeuren. Ik verwacht ook dat ik in deze functie een mooi overzicht zal krijgen van de ontwikkelingen in alle hoeken van de forensische zorg. Dat op zich al is boeiend als je eerdere ontwikkeling van het veld al zo lang volgt. Soms worden dingen op den duur saai, maar soms wordt het steeds interessanter naarmate je meer weet. Tot nu toe heb ik er nooit spijt van gehad als ik mij in een andere rol en vanuit een ander perspectief met de forensische zorg ging bezighouden. Dat zal nu niet anders zijn.