De stoel van de ander
In deze werkvorm verplaatsen teamleden zich in de schoenen van anderen die betrokken zijn bij een ethisch dilemma. Dit helpt om situaties niet alleen vanuit het eigen perspectief te bekijken, maar ook oog te krijgen voor de belangen, gevoelens en waarden van anderen. Het vergroot het onderlinge begrip en maakt morele spanningen inzichtelijk.
Benodigdheden:
- Stoelen (minimaal 3, afhankelijk van het aantal rollen in de casus)
- Een open ruimte
- Eventueel kaartjes met rollen (bijv. cliënt, collega, naaste, regels, organisatie, eigen waarden)
De werkvorm begint met het kiezen van een concrete casus uit de praktijk, bij voorkeur een situatie waarin sprake was van botsende belangen of perspectieven. Vervolgens worden de verschillende betrokken rollen benoemd. Dit kunnen personen zijn, zoals een cliënt, collega of familielid, maar ook abstractere rollen zoals ‘de wet’, ‘professionele verantwoordelijkheid’, of ‘eigen normen en waarden’. Voor elke rol wordt een stoel in de ruimte geplaatst, meestal in een halve cirkel.
De teamleden worden vervolgens uitgenodigd om één van de stoelen in te nemen en zich in die rol te verplaatsen. Vanuit dat perspectief reageren ze op de casus. Ze beantwoorden vragen als:
- Wat wil jij in deze situatie?
- Wat maakt dit lastig voor jou?
- Wat zie je gebeuren bij de anderen?
Door meerdere stoelen te gebruiken en wisselende teamleden aan het woord te laten, ontstaat een rijk palet aan perspectieven.
Aan het eind van de oefening reflecteert het team met elkaar op de inzichten die zijn ontstaan. Zijn er standpunten of emoties die eerder onderbelicht waren gebleven? En wat betekent dit voor de manier waarop het team met vergelijkbare ethische vraagstukken omgaat?
Deze werkvorm nodigt uit tot empathie, vertraagt het oordelen, en helpt om de complexiteit van forensische zorg in kaart te brengen op een veilige en interactieve manier.
Tip voor de begeleider:
Als het spannend is om een rol te spelen, kun je de vragen ook stellen over de persoon of waarde in plaats van vanuit die rol.
Bijvoorbeeld: 'Wat denk je dat de cliënt zou zeggen als hij hier was?'
Of laat iemand symbolisch op de stoel van 'de ander' zitten zonder hardop te spreken, en laat het team verwoorden wat die ander misschien zou denken of voelen.