Onderzoekslijn: Werkt forensische behandeling?
De onderzoekslijnen
Onderzoekers, beleidsadviseurs en managers van alle klinieken hebben samen vier onderzoekslijnen bepaald – met ieder een werkgroep. Deze onderzoekslijnen geven richting aan de samenwerking tussen alle klinieken. Binnen de vier werkgroepen komen onderzoekers van klinieken samen om sectorbrede knelpunten en uitdagingen gezamenlijk op te pakken.
Onderzoekslijn: Werkt forensische behandeling?
Het doel van deze onderzoekslijn is om meer inzicht te krijgen in de ‘black box’ van de forensische zorg om de behandelpraktijk te verbeteren.
Vanuit deze onderzoekslijn is het artikel 'Werkt forensische behandeling?' (gepubliceerd in: Tijdschrift voor Forensische Psychiatrie en Psychologie) voortgekomen dat in de nieuwste editie van het Tijdschrift voor Forensische Psychiatrie en Psychologie is gepubliceerd. Auteurs van dit artikel zijn Vivienne de Vogel, Marije Keulen-de Vos, Stefan Bogaerts, Erik Bulten, Monique Delforterie, Erwin Schuringa en Paul Ter Horst. In het artikel is een compilatie van onderzoek naar behandeleffectiviteit in de Nederlandse klinische forensische zorg opgenomen.
Ga naar het wetenschappelijke artikel
Conclusies
Eén van de conclusies is dat recidivecijfers na ontslag uit de tbs relatief gunstig zijn en dat recidive tijdens verlof zeldzaam is. Meerdere onderzoeken vonden een significante verlaging van risicofactoren en verhoging van beschermende factoren. Wat precies werkt, voor wie en wanneer is echter nog onduidelijk, en onderzoek naar effectiviteit van behandeling is complex om uit te voeren.
Voor toekomstig onderzoek is het van belang TAU te onderzoeken en - naast RCT’s - ook andere vormen van onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld meer kwalitatief onderzoek. Aandacht voor de context, kenmerken van de patiënt en de behandelrelatie is hierbij essentieel, net als samenwerking tussen onderzoekers van verschillende instellingen.
Vervolg
Momenteel is deze onderzoekslijn 'effectiviteit van de behandeling' bezig met een KFZ-call, een project waar veel klinieken vertegenwoordigd zijn en ook het WODC bij aangesloten is.
Het doel van dit project is om zicht te krijgen op factoren die een rol spelen bij overplaatsingen in kader van behandelstagnatie zodat er mogelijk eerder geïntervenieerd kan worden in de behandeling of gezorgd kan worden dat een dergelijke overplaatsing een minder stagnerende werking op zichzelf heeft. De centrale vragen zijn: 1) Welke patiënt en contextuele kenmerken zijn gerelateerd aan overplaatsingen binnen de Tbs in kader van stagnatie in behandeling? en 2) Wat kunnen we leren van deze overplaatsingen voor de praktijk en voor wetenschappelijk onderzoek?